‘Hoe ouder de wereld wordt en hoe feller de strijd ontbrandt tussen
Christus en de Antichrist, des te grondiger probeert de wereld zich van de
christenen te ontdoen.’
Dietrich Bonhoeffer
Door dr. Kurt E. Koch (hier en daar wat aangepast en aangevuld)
De tijd waarin wij leven heeft de neiging om op elk terrein ‘over de kop te gaan’.
Bij een steeds groter wordende groep mensen zijn alleen superlatieven, excessen
en extatische emoties nog in trek. Een ieder die daar niet in meegaat, wordt als conservatief en ouderwets
gezien.
Dezelfde trend kunnen wij opmerken in de intellectuele sfeer. De filosofieën en theologieën van vandaag zijn tot uitersten vervallen. Iedereen probeert de ander de loef af te steken met
(soms riskante) nieuwe ontdekkingen. Wie het langste garen kan spinnen en het beste liegen kan, heeft gewonnen. Waarom zouden we het niet gewoon op die manier zeggen, in zulke bewoordingen dat het niet verkeerd begrepen
kan worden? Want is het geen leugen van de grootste orde als men zegt: ‘God is dood?’ De ‘wijzen van de wereld’ die deze dingen zeggen, leven op dit moment door het geduld en de genade van Hem die zij dood verklaren.
Laat ik uit de vele intellectuele bewegingen van vandaag de dag alleen even
(kort) het humanisme behandelen. Verwacht geen uitgebreide verhandeling
over het humanisme; ik geef slechts enkele praktijkvoorbeelden.
Het woord ‘humanisme’ komt van de Latijnse woorden ‘humanitas’ en ‘humanus’ (‘menselijkheid’ en ‘menselijk’). Het humanisme is een kind van de Renaissance. In die tijd werd een nieuwe levensbeschouwing gecreëerd die putte uit de bronnen van de klassieke Griekse cultuur. Wat de Grieken ‘kalokagatha’ noemden (het schone en goede), werd bij de humanisten bekend als ‘het nobele van de mens’. Zij probeerden hun ideaal te bereiken door ‘hoger onderwijs’. Het humanisme begon als een beweging onder geleerden, en dat bleef zo door de eeuwen heen. Een van haar bekendste vertegenwoordigers was Erasmus van Rotterdam.
Een bijzonder kenmerk van het humanisme was haar tolerantie. Het humanisme streefde naar een passieloos, nobel leven, gebaseerd op een hoog niveau van kennis en onderwijs. Slechts eenmaal liet het humanisme haar agressieve kant zien, in verband met de ‘epistulae obscurum virorum’ (brieven van obscure mannen, in het Duits in één woord ‘dunkelmännerbriefe’ genoemd), die in 1515 en 1517 verschenen. Maar in het algemeen waren de volgelingen van het humanisme volledig tolerant ten opzichte van andere visies en leefden zij in vrede samen met het christendom.
Dat maakt het des te vreemder dat in onze tijd de tolerante houding van het humanisme ten opzichte van het christendom aan het verdwijnen is. Laat ik een paar voorbeelden gebruiken om die ontwikkeling te illustreren.
De Universiteit van Oxford heeft een humanistische groep die sterk vertegenwoordigd wordt. Toen John Stott (die in 1959 benoemd werd tot pastor van Koningin Elizabeth II) in 1965 een bezoek bracht aan de Universiteit van Oxford, werden de humanisten in de universiteit zeer actief - in negatieve zin. Ze hingen overal posters op met de boodschap dat alleen mensen met een middelmatige intelligentie de bijeenkomsten van John Stott zouden bezoeken. Zij organiseerden groepjes om de bijeenkomsten te verstoren, en zij schoffeerden de spreker tijdens de openbare discussies.
In Europa is dit het equivalent van wat wij ook hebben gezien in de boeddhistische wereld van het Oosten. Het is werkelijk bizar om te zien hoe het christendom van alle kanten en op elk terrein wordt aangevallen. Zijn de discipelen van Jezus zich ervan bewust wat dit betekent?
Ook in Duitsland groeit de nieuwe humanistische beweging onder studenten en intellectuelen. De Humanistische Unie die in de zestiger jaren ontstond, en die een voet probeerde te krijgen in de Duitse universiteiten, is een richting opgegaan die geïllustreerd kan worden door een bijeenkomst in Heidelberg in 1966. Spreker was een Duitse moderne theoloog. De titel van de aankondiging op de poster luidde: Jezus van Nazareth’s humanistisch beeld van God. Laatst hoorde ik nog iemand zeggen hoe op een Amerikaanse universiteit die gerund wordt door de Methodisten, het Nieuwe Testament en het leven van Jezus puur door een economische bril bekeken wordt: men moet het allemaal niet zo letterlijk nemen. Maar dat is geen waar christendom! Dit soort voorbeelden toont heel duidelijk aan waar het intellectuele en religieuze platform van het nieuwe (ook christelijke) humanisme voor staat.
Dit maakt ook duidelijk dat het humanisme nauw verbonden is met de moderne theologie. Beide bewegingen houden zich bezig met de ‘ware’ natuur van de mens. God wordt gereduceerd tot een mythologische uitdrukking van het totaal aan goede eigenschappen van de mens, en de mens wordt gezien als niet meer dan een chemische fabriek die volledig herleid kan worden tot moleculen en atomen (het reductionisme), zonder dat er nog sprake is van een ziel en/of een geest. Het idee van God is niet langer theocentrisch, maar antropocentrisch, oftewel het idee van God wordt niet langer bepaald door de openbaring van God maar door de rede van de mens. In wezen is dit ook het resultaat van de bloedige Franse Revolutie, waar de leus goldt: ni Dieu, ni maître (geen God en geen meester). De mens zelf is tot de ‘maat der dingen’ geworden. Dat hier een groot gevaar voor de godsdienstvrijheid in schuilt, zal voor een goed verstaander duidelijk zijn. Je mag wel godsdienstig zijn, maar het zelfbeschikkingsrecht van de mens wordt boven Gods recht op de mens gesteld, vanwege het ‘algemeen belang’ (alsof de mening en de moraal van de meerderheid altijd het algemeen belang dient, alleen omdat dat zo gevoeld wordt). Dat idee van het algemeen belang is nu eenmaal inherent aan de filosofie van de ‘verlichte’ mens als de ‘maat der dingen’. Het komt niet in de gedachten van de mensen op dat er misschien wel eens een Schepper kan zijn die beter weet dan het schepsel wat het algemeen belang dient. Dat de meerderheid het mis kan hebben, maakt de geschiedenis wel duidelijk. Democratie mag dan wel de beste van de slechtste systemen zijn, maar wanneer het tot in het uiterste wordt doorgevoerd, kan het uitlopen op een dictatuur van de massa. Mensen zijn steeds minder bereid om andersdenkenden te toleren omdat men zich dan ‘gekwetst’ voelt, wat in mijn ogen toch een ietwat kinderachtige houding is. Wanneer de rechten van de mens in het gedrang komen, omdat wij ons in de praktijk beroepen op een God die boven de mens staat (stel u even voor dat Hij bestaat!), zijn de rapen gaar. Voor je het weet stapt men weer eens naar de rechter om zijn ‘gelijk’ te halen.
Wat moet onze houding als christenen zijn? Wanneer de overheid dingen gaat opleggen die direct tegen Gods geopenbaarde waarheid ingaan, rest ons als christenen slechts burgerlijke ongehoorzaamheid. Dan wordt burgelijke ongehoorzaamheid zelfs een plicht. In ons hart moet altijd de bereidheid tot gehoorzaamheid aan de overheid zijn, maar als de overheid Gods wetten terzijde schuift en christenen verplicht dat ook te doen, moeten wij op geweldloze wijze weigeren daaraan mee te werken, ongeacht de gevolgen.