‘Jezus’ volgelingen zullen de aarde bezitten en toch de vijand weerloos
tegemoetgaan. Ze lijden liever onrecht dan dat ze onrecht doen. Dat is een
smalle weg.’
Dietrich Bonhoeffer
Het is eigenlijk heel onlogisch en kortzichtig om bij voorbaat uit te sluiten dat er een hogere Macht bestaat in een eigen bovennatuurlijke wereld. Ik gebruik hiervoor even een vergelijking van James Gall (theoloog, geoloog en astronoom). Die zegt in zijn boek ‘Primeval Man Unveiled - or the Anthropology of the Bible’ (1861) het volgende (geparafraseerd):
‘In de ons bekende wereld worden wij geconfronteerd met twee verschillende orden die beide verschillen in (bio)chemische complexiteit. Zo hebben we de anorganische (niet-levende) wereld (zonder koolstofverbindingen), en de organische wereld, die weer onderverdeeld kan worden in de planten- en dierenwereld, en de mens, de meest complexe orde die wij kennen (wijzelf). Wij kennen ook een reeks van verschillende natuurwetten. Deze zijn bekend en werkzaam in onze driedimensionale1 werkelijkheid (als we de hypothetische snaartheorie en de bijna esoterische M-theorie even buiten beschouwing laten) - in de anorganische en in de organische wereld. Deze twee orden of klassen zijn onderworpen aan verschillende natuurwetten. Echter, in de anorganische wereld zijn geen biochemische wetten werkzaam, omdat de anorganische wereld dood is (zij heeft geen teleonomie).
De anorganische wereld heeft helemaal geen besef van het bestaan van hogere natuurwetten. Zij heeft niet de middelen om biochemische wetten waar te nemen, omdat haar wereld geen biochemische structuur kent. Maar als de anorganische wereld zou kunnen zien en horen, zou zij plotseling geconfronteerd worden met natuurwetten waarvan zij eerst helemaal niet wist dat zij bestonden, ja, die zij misschien wel hardnekkig ontkende! Want wat niet gezien en ervaren wordt, is er niet, toch? Hetzelfde geldt voor de organische plantenwereld. Dit is een hogere, biochemische orde, een orde die leeft; en naast alle wetten die in de anorganische wereld werken, werken in de plantenwereld ook nog organische, biochemische wetten (bijvoorbeeld teleonomie, het vermogen om energie op te vangen en deze te benutten om uit te groeien tot een hogere graad van complexiteit).
Welnu, net zo kortzichtig als een anorganische steen is als hij het bestaan van de hogere biochemische (organische) natuurwetten ontkent, alleen omdat hij deze niet kan waarnemen en niet ziet werken in zijn eigen wereld (er niet mee geconfronteerd wordt), zo kortzichtig is ook de mens die bij voorbaat ontkent dat er boven de hem bekende natuurwetten, misschien ook nog wel hogere (voor hem bovennatuurlijke) natuurwetten zijn, en hogere (voor hem bovennatuurlijke) wezens. Hoe irreëel is het van een dode steen om zichzelf als de hoogste orde te bestempelen! In onze beleving als mensen, die deel uitmaken van een hogere wereld, is die steen zo dwaas en kortzichtig als maar kan, als hij er bij voorbaat van uitgaat dat er niets hogers boven hem is, en dan ook nog eens trots neerkijkt op zijn simpele anorganische broeders die iets anders geloven.
Hieruit volgt logischerwijs dat het net zo kortzichtig en dwaas is van de mens om te denken dat hijzelf de som der dingen is, en dat er geen natuurwetten kunnen zijn buiten de hem bekende natuurwetten in zijn eigen werkelijkheid (de werkelijkheid die wetenschappelijk onderzocht kan worden).
Om even terug te gaan naar de vergelijking: zoals het gras totaal geen weet heeft van de naderende zeis die het zal afmaaien, zo heeft ook de mensheid totaal geen weet van bijvoorbeeld zoiets als de wederkomst van Christus. De zeis bestaat wel, maar in een wereld die het gras niet kan waarnemen omdat zij tot een lagere orde behoort, en dus niet de zintuigen of de instrumenten heeft om die zeis te zien aankomen. Net zo volkomen onbewust en onwetend is ook de mensheid aangaande de hierboven genoemde wederkomst, vanuit een hogere wereld die wel bestaat, maar die de mens niet kan waarnemen, omdat die wereld zich boven of buiten zijn driedimensionale werkelijkheid bevindt (kennis die echter wel geopenbaard is in wat wij kennen als de Bijbel - voor een bespreking over de Bijbel en de plek van inspiratie en openbaringskennis in de epistemologie, dat is de kennisleer, zie bijvoorbeeld het boek Het Woord van God, door dr. W. J. Ouweneel). Voor de mens is dit een (bovennatuurlijke) orde die een veel hogere complexiteit heeft. Aanvulling: Daarbij moet opgemerkt worden dat de mens wel een orgaan heeft waarmee hij gemeenschap kan hebben met God, namelijk de menselijke geest (pneuma), die overigens onderscheiden moet worden van de menselijke ziel (psuchè), maar deze is door de zondeval volledig afgesneden van God en kan daardoor niet met Hem in contact komen. Daarvoor is de nieuwe geboorte of wedergeboorte nodig, die plaatsvindt nadat men Jezus Christus als Verlosser heeft aanvaard.
De afstand tussen de mens en God is vele malen groter dan die tussen een anorganische dode steen en een organische levende plant. In die ‘bovennatuurlijke’ wereld zijn ook wetten werkzaam die volkomen anders zijn dan de ons bekende natuurwetten, zodat het ineens misschien helemaal niet meer zo onlogisch lijkt om te geloven in een God die iets uit niets kan scheppen. De vergelijking toont aan dat het kortzichtig is om bij voorbaat te ontkennen dat er een hogere orde boven onze eigen orde kan bestaan, met geheel eigen ‘natuurwetten’, in geheel andere dimensies.
1 Over hoe voorwerpen in hogere dimensies zouden kunnen worden waargenomen door wezens in lagere dimensies, verscheen eens een wetenschappelijke roman getiteld platland (klik titel).