‘Gehoorzaamheid zonder vrijheid is slavernij. Vrijheid zonder gehoor-
zaamheid is willekeur. Gehoorzaamheid bindt de vrijheid. Vrijheid adelt de
gehoorzaamheid.’
Dietrich Bonhoeffer
Door dr. J. Broekhuis
Een Egyptisch gezin bracht onder begeleiding van een in Nederland wonend nichtje een bezoek aan de -Efteling. Toen de tijd was aangebroken stelden zij zich op voor het gebed. Zij
waren zich niet, of misschien juist wel, van hun duizend-en-één-nacht omgeving bewust. Terwijl zij zich voorover bogen en zich ter aarde wierpen verzamelde zich publiek om hen heen. Waarschijnlijk dachten zij dat het tot de attracties van de Efteling behoorde. Toen zij klaar waren met hun gebed, applaudisseerde het publiek dan ook voor hen … Zo krijgt godsdienst de contouren van folklore.
Truus Pels van de Erasmus Universiteit schrijft: ‘Zeggen dat een gebeurtenis de wil van Allah is, is een manier om je onmacht uit te drukken, zonder gezichtsverlies te lijden.’ ‘Ik heb het helemaal fout gedaan’, dat zég je niet. Deze mensen beseffen niet wat voor indruk hun opmerkingen maken. Ze zijn vooral bezig de eer te redden binnen de eigen groep. ‘Pels weet dat Marokkaanse ouders bij de politie ook vaak de misstappen van hun kinderen ontkennen, al is het bewijs soms nog zo overweldigend. Zij schamen zich.’
David Pinto van de Universiteit van Amsterdam komt tot de conclusie: ‘Als je in Nederland komt wonen zou je van bloedgroep A moeten overstappen op bloedgroep B? Zodra je Nederland binnen komt zou je een jas moeten uitdoen? Onzin, je kunt heel goed met elkaar samenleven zonder andermans identiteit te bruuskeren. Je hoeft evenmin te vervallen tot dat Nederlandse relativisme, dat het liever over overeenkomsten heeft dan over verschillen.
Hoe ermee om te gaan?
Het is geen toeval dat in een oud immigratieland als de Verenigde Staten een vrijwel onbeperkte vrijheid van meningsuiting bestaat. Het is van de aanvang af onbegonnen werk gebleken al die vreemde culturele ideeën in één enkele mal te persen. We ontdekten dat cultuur en godsdienst met elkaar te maken hebben. Beide hebben te maken met menselijk handelen, denken en voelen. In de voorbeelden zagen we dat beide facetten genuanceerd belicht moeten worden. Het eerste aspect (het culturele) is direct waarneembaar. Het tweede (het religieuze) is moeilijker vast te stellen. De vraag rijst of er een aantal strategieën te ontwikkelen zijn voor ons praktisch handelen. Een drietal regels passeren de revue.
Een eerste regel is: leer je eigen (cultuurgebonden) normen en waarden kennen. Het betekent dat we een stukje ‘neutraliteit’ moeten opbrengen. De eigen opvatting wordt voorlopig in de kast gezet om je te verdiepen in de cultuur van de ander. Als voorbeeld een verhaal dat ik hoorde van één van de docenten Godsdienst Pastoraal Werk (CHE), die met een groep studenten een bezoek bracht aan een dienst van Nigerianen in de Bijlmermeer. De voorganger moest er zijn uiterste best doen om de gemeenteleden op hun stoel te houden. Enkele studenten vonden al dat ‘handgeklapklap en betuigt onze God uw vreugd’ maar niks en bleven stokstijf zitten. De Nigerianen kwamen met de vraag naar de docent toe: ‘Zijn zij soms door boze geesten bezeten?!’ Hier zien we het cultuurgebondene van eigen normen en waarden, zowel bij die studenten als bij de Nigerianen.
Een tweede stelling is: de (cultuurgebonden) normen en gedragscodes van anderen leren kennen. Het is niet eenvoudig je eigen oordeel tijdelijk uit te schakelen. Laten we toch proberen de bron van gedragshandelen te achterhalen! Lukt dat niet: ga informatie inwinnen. Als voorbeeld denk ik aan de cultuur van het Midden-Oosten die een diep respect heeft voor ouderen. Toen ik de eerste keer in Beiroet was, ging het eerste college-uur op in het ‘talken’ (praten) over de dag en het tijdstip. Jammer van je tijd. Toen merkte ik dat de mening van de oudste student doorslaggevend was. Iets om te onthouden, dacht ik.
De laatste stelling luidt: bepaal hoe je in de gegeven situatie met de geconstateerde verschillen en waarden omgaat. Wie het gedrag van de ander begrijpt hoeft dit niet automatisch te accepteren. Je dient je af te vragen: waar liggen de grenzen? Heb je die getrokken, laat dat dan ook aan anderen weten. We gaan terug naar het laatst genoemde voorbeeld. Bij een volgende serie colleges sprak ik met de oudste student af op welke dagen en uren er gedoceerd zou worden. Na tien minuten praten in de collegezaal vroeg ik hem: ‘Serop, wat denk jij ervan?’ Toen noemde hij precies de door ons tevoren afgesproken dagen
en uren. Op die manier kun je de cultuur van een ander ‘inkapselen’ zonder dat hij het idee heeft zijn gezicht te verliezen. Doordat het gedrag van mensen ook bepaald wordt door religieuze waarden en normen blijven er zaken die we niet op stel en sprong begrijpen. Dit is moeilijk boven tafel te krijgen, omdat religie in de cultuur zit ‘ingebakken’. Je moet dat laatste zien te ontrafelen om de ander in zijn religieuze dimensie te ontdekken. Maar wie dat lukt, kan kiezen voor een realistische vorm van tolerantie, waarbij we de drager van een overtuiging aanvaarden, zonder te moeten instemmen met zijn opvattingen. Doorziet men het religieuze karakter van allochtone gebruiken? En
wordt er in de rechtspraak rekening mee gehouden? Godsdiensten als de islam en het hindoeïsme zijn betrekkelijk nieuwe eenden in de vaderlandse bijt. Hun normen passen niet altijd binnen onze traditionele rechtsorde en vragen daarom om een nadere jurisprudentie. Tegelijk kan een christen verstaan dat moslims onze geseculariseerde cultuur als een bedreiging ervaren voor hun geloof. Hier wordt een brug geslagen tussen religieuze mensen. Ook een christen ervaart immers dat de spanning tussen evangelie en cultuur nooit is op te heffen. Evenals ‘anders’-gelovigen voelt hij zich op aarde niet ‘at home’. Christenen zoeken de toekomende stad, waarin cultuur en cultus voor eeuwig samenvallen. Tot zolang leven we in een spanningsveld tussen bijbelse normen en de mogelijkheden die de tijd ons biedt.
Het grote gebod