‘Oordelen maakt blind, maar de liefde maakt ziende.’
Dietrich Bonhoeffer
Door dr. Wolfgang Schüler (1944)

In
alle opzichten verhaalt de natuur van de grootheid van God; zowel in het
groot als in het klein. Wie zich begeeft op het microscopische terrein van
levende cellen kan niet anders dan diep verwonderd zijn over de complexiteit van
de schepping. De Duitse wetenschapper Wolfgang Schüler laat zien dat deze
allerkleinste miniatuurfabriekjes Gods handtekening dragen, en inzicht geven in
de ontwikkeling van de mensheid vanaf het begin.
Cellen
zijn de basisbouwstenen van het leven. Alle leven in de natuur wordt voltrokken
in de cellen. Met een gemiddelde grootte van 10 á 50 duizendste millimeter,
onzichtbaar voor het menselijk oog, spelen zich toch alle natuurlijke
levensprocessen erin af. Een wonderlijke machinerie die ons bescheiden maakt in
ons denken, want de schepping blijkt onnavolgbaar complex.
De ontdekking van de cellen
Onze kennis van de cellen is nog heel jong. In 1665 werden door Robert Hooke
onder één van de eerste lichtmicroscopen in een stukje flessenkurk voor het
eerst minuscule kamertjes ontdekt, die hij cellulae
(cellen) noemde. Pas in 1838 kwam de botanicus Matthias Jakob
Schleiden erachter, dat alle planten zijn opgebouwd uit cellen. In hetzelfde
jaar werd dit door de fysioloog Theodor Schwann ook bevestigd voor dier en mens.
Er was een compleet nieuwe tak van wetenschap geboren: de cytologie, de leer van
de cellen. In 1859 werd door de arts Rudolf Virchow aangetoond dat ook ieder
ziekteproces zich afspeelt in de cellen. Met zijn werk Zellular-Pathologie
(cellulaire pathologie) heeft hij de basis gelegd voor de moderne
geneeskunde.
De ontwikkeling van de elektronenmicroscoop in 1931 door Ruska en Knoll maakte het mogelijk om nog dieper door te dringen in de geheimzinnige microwereld van de cellen. Moderne lichtmicroscopen vergroten duizendmaal en elektronen-microscopen nogmaals meer dan duizendmaal, tot op nanoterrein (1 nanometer is 1019 meter, dus 0,000.000.001 meter). Het is gebleken dat de cellen tot in het kleinste detail op de meest wonderbaarlijke wijze zijn gevormd, vergelijkbaar met een moderne stad. Ze hebben een celkern in het midden als informatiecentrum, omgeven door een met precisie uitgevoerd milieu, het cellichaam, dat doortrokken is met een fijn netwerk van lamellen, kanalen en mobiele kamersystemen. Ze beschikken over fantastische minifabriekjes, de zogenaamde ‘organellen’, met vertaalapparaatjes voor aanwijzingen vanuit de celkern, biomachientjes voor opbouw en verbouwing van eiwitten secuur op bestelling, transport- en geheugensystemen voor de eindprodukten, biocentrales voor energieproduktie, reinigings- en afvalverwerkingseenheden en nog veel meer. Aan de buitenkant is de cel omgeven door een beschermingsmuur net als een stadsmuur, het celmembraan. Deze is voorzien van sluizen en vernuftige contactpunten voor een levendige uitwisseling van materiaal en nieuws met de omgeving. Op een of andere manier is in het lichaam elke cel door een netwerk verbonden met elke andere cel en wel via elektrische signalen, moleculaire transferstoffen, bloed- en lymfebanen en snelle zenuwverbindingen.
Wat is Leven?
Met
behulp van de moderne moleculaire biologie en biochemie krijgen we steeds meer inzicht in de
enorme dynamiek en complexiteit van het gebeuren in elke cel,
waarvan de wetenschappelijke beschrijving het niet meer redt zonder enorme algoritmes van de moderne wiskunde en informatica.
Het leven is in zijn simpelste vormen al zó complex, dat alleen maar
typische
losse fenomenen van het leven beschreven kunnen worden
De
vraag die echter nog blijft liggen is: wat is dat, leven? De wetenschap heeft er
tot dusver geen bevredigende definitie voor, al is er sinds de ontdekking van de
cellen ook enorm veel vooruitgang geboekt. Oorzaak: het leven is in zijn
simpelste vormen al zó complex, dat alleen maar typische losse fenomenen van het
leven beschreven kunnen worden: ademhaling, stofwisseling, beweeglijkheid,
prikkelbaarheid, voortplanting of het vermogen om zich identiek te vermeerderen.
Die losse fenomenen zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden, waarbij elk
fenomeen op zich al een reusachtig wonder van complexiteit vormt. Terwijl
bacteriën slechts uit één enkele cel bestaan, bestaan meercellige levende
wezens uit een samenklontering van vele cellen, wier aantal vaak astronomische
hoogten bereikt, bij de mens 1013, dus 10.000.000.000.000 cellen, dat is 1.500
keer zo veel als de wereldbevolking of het getal der sterren van 100
sterrenstelsels!
En toch gedraagt dit reusachtige legioen cellen met zijn vele specialisaties en subspecialisaties zich in ons lichaam als een gesloten eenheid en gehoorzaamt het onze wil, in elk geval bij de bewuste functies van ons lichaam, zonder dat we eigenlijk weten hoe dat in z’n werk gaat. En dan nog de miljardvoudige lichamelijke functies, die permanent buiten ons weten en toedoen om geschieden ter instandhouding van ons leven, zoals bijvoorbeeld de sturing van de activiteit van ons hart - ook dat is een reusachtig wonder. De meeste cellen in het lichaam zijn via aanhechtingsplekken vast verbonden met hun nabuurcellen, andere daarentegen bewegen zich vrij en trekken met de bloedstroom of lymfe door het hele lichaam heen, waar ze trouw de hun toebedeelde taken vervullen.
De onwaarschijnlijkheid van hogere soortontwikkeling
Alle levende wezens beginnen doorgaans hun individuele leven met één enkele cel. Bij eencellige wezens geschiedt dit door ‘gewone’ celdeling, hetgeen echter geenszins gewoon is, maar een wonder dat in complexiteit niet is te overtreffen. Geen microchirurg ter wereld zou een bacterie zó kunnen delen, dat er twee levensvatbare bacteriën uit ontstaan. Bij veelcellige levende wezens staat aan het begin meestal een bevruchte eicel. Daaruit ontwikkelt zich door celdeling en differentiatie via embryonale tussenfases een geheel nieuw, zelfstandig levend wezen van gelijke soort.
Reeds Einstein heeft benadrukt dat hij de afstammingsleer
van Darwin als totaal achterhaald beschouwt
Bij
geslachtelijke
vermeerdering, wanneer dus moederlijk en vaderlijk erfgoed samenkomen, komen bij
de nakomelingen kleine variaties tot stand, maar steeds binnen dezelfde soort.
Nooit kan een soort door mutatie overgaan in een andere soort. De genetische afstand
- ook
tussen schijnbaar zeer verwante soorten — is zó gigantisch, dat ook miljarden
jaren niet voldoende zouden zijn om door ‘mutatie en selectie’ spontaan een
nieuwe soort tot stand te brengen. Zo geldt de chimpansee als onze naastverwante
soortgenoot met 96 á 99% gemeenschappelijke genen. De
Hetzelfde geldt voor alle andere soorten. Elke soort heeft ‘haar eigen aard’, zoals herhaaldelijk te lezen is in het scheppingsverhaal. Reeds Einstein heeft benadrukt, dat hij de afstanuningsleer van Darwin als totaal achterhaald beschouwt.
Een verbazingwekkende miniatuurfabriek
Tussen het leven en de levenloze natuur, zelf in haar hoogste toestand van ordening (bijvoorbeeld in een kristal of een sneeuwvlok), gaapt - uit het oogpunt van complexiteit - een astronomische kloof die tot ver buiten iedere toevalswaarschijnlijkheid reikt. Zelfs de allerkleinste bacteriecel, die nog minder dan een miljardste gram weegt, is een hoogst verbazingwekkende ‘miniatuurfabriek met duizenden briljant ontworpen deeltjes van een gecompliceerde moleculaire machinerie. Een machinerie die in totaal bestaat uit honderd miljarden atomen en veel gecompliceerder is dan elke door de mens vervaardigde machinerie.
Tussen het leven en de levenloze natuur gaapt een astronomische kloof
die tot ver buiten iedere toevalswaarschijnlijkheid reikt
In
de levenloze natuur is niets te vinden, dat ermee kan worden vergeleken’,
aldus de geneticus Michael Denton in zijn boek Evolution: A Theory in
Crisis (1985 - zie ook hier
over de tragische ommekeer bij Denton en de redenen daarvoor). Hij vervolgt: ‘De moleculaire biologie heeft ons laten
zien, dat van de bacteriën tot aan de zoogdieren toe de basale opbouw van het
celsysteem in alle levende systemen op aarde in wezen dezelfde is (...). Met het
oog op de basale opbouw kan geen levend systeem worden beschouwd als achterlijk
of als voorloper van een ander systeem, noch bestaat er onder de ongelooflijk
diverse cellen op aarde ook maar de geringste empirische
aanduiding van een evolutionaire volgorde.’ Ook Nobelprijswinnaar Jacques Monod
constateerde, dat reeds de eenvoudigste cellen helemaal niets ‘primitiefs’ in zich hebben.
Bruce Alberts, die van 1993 tot 2005 president was van de National Academy of Science (VS), getuigde:
‘Wij hebben de cel steeds onderschat. De cel in zijn totaliteit is als een
fabriek met een vernuftig netwerk van in elkaar grijpende lopende banden,
waarvan elk bestaat uit een set grote proteinemachines.’ Het is extreem
moeilijk om een beeld te krijgen van het complexe gebeuren in het binnenste van
een levende cel. Binnen haar tere omhulsel schuilen wel honderd miljoen kopieën
van zo’n 20.000 verschillende proteïnen. En toch is de cel in haar geheel zo
ontzettend klein, dat honderden ervan op het puntje van een i zouden passen,
aldus de wiskundige John Lennox in zijn boek God’s Undertaker:
Has Science Buried God? (2007)
Aanhangers van de evolutietheorie geloven, dat dit allemaal toevallig uit een soort oersoep is ontstaan. Nog steeds haalt men graag het in 1952 door student Stanley Miller uitgevoerde experiment aan. Hierbij maakt hij uit een aan de ‘oersoep’ ontleend chemisch mengsel onder invloed van kunstmatige bliksems enkele aminozuren (basisbouwstenen van de eiwitten en zodoende belangrijke bouwstenen van het leven). Het verkregen aminozuurmengsel bleek echter geheel ongeschikt voor de vervaardiging van levensbelangrijke eiwitstoffen wanneer men die aan het toeval overlaat, aangezien het aankomt op een exacte aminozuursequentie en de juiste 3D-ruimtestructuur. De waarschijnlijkheid om ook maar één enkele kleine eiwitmolecule met slechts 100 aminozuren door een toevalprocédé te vervaardigen, ligt bij 1:1060, maar daarvoor had men dan heel wat enzyme-machines nodig die in de oersoep ontbraken. Ter vergelijking: de kans om in de lotto 6 van de 49 getallen goed te hebben ligt bij 1 op 108. De veronderstelde 4,5 miljard jaren sinds het ontstaan van de aarde zouden niet eens genoeg zijn om ook maar één enkel klein biodeugdelijk eiwitje door toevalsprocedé te vervaardigen, laat staan de rest.
‘Mijn
vormeloos begin’
Een bijzonder opwindend inzicht in de wereld van de cellen geeft ons het
moderne genonderzoek, het
Slechts een goddelijke scheppingsdaad kan zulk een
complexe compositie tot stand brengen
Het totale menselijke DNA bevat 3,5 miljard ‘letters’, is twee nanometers smal, bij elkaar aangelegd twee meter lang en past zonder moeite in de kleine, voor het menselijk oog onzichtbare, celkern van elke cel. Bij een normale schriftgrootte zouden dat 2000 boekdelen van elk 500 bladzijden zijn. Als het moet, wordt de op te zoeken plaats bliksemsnel geïdentificeerd, ontrold, de dubbele schriftregel geopend, de tekst gekopieerd, de kopie ‘verzonden’, de schriftregel gesloten en de DNA weer opgerold. In Psalm 139: 16 staat: ‘Uw ogen zagen mijn vormeloos begin.’ Het Hebreeuwse woord voor ‘vormeloos’ is galmi en heeft de grondbetekenis ‘mijn bijeengerolde’. Hier wordt heel exact de DNA-vorm beschreven van een mens aan het begin van zijn ontwikkeling in de moederschoot. In die zin geloof ik in ‘evolutie’, hetgeen letterlijk ‘uitwikkelen’ (uitpakken) betekent. Je kunt alleen ‘uitwikkelen’ (uitpakken), wat eerder door iemand is ‘ingewikkeld’ (ingepakt).
Het DNA is echter geenszins leven. Het mag dan wel belangrijk zijn voor het leven van de cel, maar in zijn eentje is het dood. Slechts in tegenwoordigheid van de hem ondersteunende totale infrastructuur van de cel kan het DNA actief zijn. Pas wanneer alle componenten tegelijk in fijne nuancering aanwezig zijn, wordt leven mogelijk. Slechts een goddelijke scheppingsdaad kan zulk een complexe compositie tot stand brengen. Een wonder, dat zelfs de schepping van het heelal nog overtreft - de wetenschap kan ons dit niet verklaren. De oerknaltheorie voert zichzelf ad absurdum, aangezien bij de berekende dichtheid van de massa van 1094 g/cm3 onmiddellijk na de ‘oerknal’ (1043 seconden erna, zoals Stephen Hawkins e.a. zeggen te hebben berekend) het heelal zou zijn ontstaan uit het grootst voorstelbare zwarte gat, waar per definitie niets uit voortkomt, zelfs geen licht.

De elektronenmicroscoop van Ruska en Knoll (1931)
Het wonder van onze hersenen
Het is onmogelijk om al de wonderen op te sommen die zich afspelen in het gebied van de cellen. Elk van de 220 speciale celtypes, waaruit onze inwendige organen uitermate kunstig zijn gevormd, is een wonderwerk op zich.
Slechts een paar woorden nog over de zenuwcellen en het eruit gevormde superorgaan, de hersenen, het meest complexe bouwwerk in het hele universum. Ze bevatten 100 miljard zenuwcellen, zoveel als de sterren van onze melkweg of de zandkorrels van alle stranden ter wereld. Geen twee zenuwcellen zijn precies identiek. Via synapsen (contactpootjes) ontvangt elke zenuwcel informatie van honderden á duizenden andere zenuwcellen en geeft informatie door aan net zo veel zenuwcellen. Hieruit ontstaan meer verbindingsmogelijkheden (parallel werkende schakelcircuits) dan er in het universum atomen bestaan, wier aantal op 1080 worden geschat. En bij ieder leerproces komen er nog meer synapsen bij, zoals Nobelprijswinnaar Richard Kandel heeft aangetoond.
De hersenen zijn het meest complexe bouwwerk
in het hele
universum
In de moederschoot vermeerderen de zenuwcellen zich sneller dan alle andere
cellen, tot wel 200 miljard. Niet vergeten mag worden, dat ze van alle cellen de
meeste zuurstof nodig hebben. Bij de geboorte zijn daar nog maar 100 miljard van
over. Waar komt toch dat dramatische zenuwcelverlies in de moederschoot vandaan,
als we weten dat hun aantal genetisch vastligt? Dat schijnt te wijzen op een
mondiale gebeurtenis uit het verre verleden, waarbij het zuurstofgehalte
respectievelijk de zuurstofdruk van onze atmosfeer een gevoelige dreun kreeg en
niet meer toereikend waren voor alle zenuwcellen bij elkaar. De zondvloed is
daarvoor een plausibele verklaring, waarbij een deel van de flinterdunne
atmosfeer van de aarde door de kolossale waterfonteinen (Gen. 7:11) in het
heelal verloren ging.
De lengte van de zenuwdraadjes in de hersenen bedraagt ongeveer 1 miljoen kilometer. Daar komen nog de 380.000 kilometer zenuwdraadjes door het hele lichaam bij, net zoveel als van hier tot de maan! Met razende snelheid vliegen de zenuwimpulsen met 40 meter per seconde erlangs, 144 kilometer per uur, dus met orkaankracht. Nog verbazingwekkender is de snelheid van de signaalverwerking. De hersenen kunnen per seconde 1018 rekenkundige handelingen doen (zg. FLOPS1: Floating Point Operations Per Second, d.w.z. simultane rekenkundige handelingen per seconde). Voor strikt vastgelegde rekenkundige handelingen wordt die dimensie tegenwoordig door de snelste supercomputers op een haar na bereikt. De ‘IBM Roadrunner’ (de nummer 1 onder de supercomputers) levert 1.026 Peta-FLOPS2 (Peta-FLOPS zijn 1015 rekenkundige handelingen per seconde). Deze in Los Alamos (VS) opgestelde kolos bestaat uit een netwerk van eenheden ter grootte van 278 kleerkasten, weegt 225 ton en beslaat een oppervlak van 1569 vierkante meter. Hij kostte 100 miljoen dollar. Alleen al de jaarlijkse stroomrekening bedraagt meer dan 1 miljoen euro.
De menselijke hersenen presteren vanaf de geboorte oneindig veel meer. Dat komt door de fantastische mogelijkheden van het geheugen en de flexibiliteit van de zenuwcellen. De hersencellen kunnen - boven de in de celkern reeds aanwezige kolossale genetische geheugenreservoirs uit - complexe gegevens in praktisch onbeperkte mate opslaan, oproepen en bewust verwerken, d.w.z. erover nadenken: belevenissen vanaf de prilste jeugd, beelden, kleuren, geuren, klanken, muziek, taal, stemmingen, gevoelens, verlangens, fantasieën, plannen, onderscheiding van goed en kwaad, kennis van kunst, wetenschap, economie, politiek enzovoort. Bovendien stellen ze de mens in staat tot creativiteit. Ze maken het hem zelfs mogelijk contact op te nemen met zijn Schepper. Hoe, dat is voor de wetenschap een raadsel.
De
hersenonderzoekers Robert Ornstein en Richard Thompson komen tot de conclusie: ‘Nadat duizenden wetenschappers de hersenen
eeuwenlang hebben onderzocht,
bestaat er slechts één enkel woord, dat hun recht doet wedervaren: het is een
wonder’ (in The Amazing Brain, 1991).
De wetenschap levert ons een geweldig inzicht in
Elke levende cel getuigt van een fantastische, geniale Schepper
De ‘koek’, dat is het hele universum, inclusief de aarde, die hoogst bevoorrechte planeet1 met haar overweldigende keur aan planten en dieren. Dit alles heeft God voor de mens geschapen (Psalm 8:7). De mens echter schiep Hij voor Zichzelf ‘naar zijn beeld en gelijkenis’, om met Hem zijn heerlijkheid te delen.
Hoe de dood te verklaren?
En nu het laatste punt. Wat doet de dood in het wonderwerk van de cel? Als een van God gescheiden wetenschap ons al niet het ontstaan van het leven kan verklaren, hoe zou ze dan de dood kunnen verklaren? Wanneer het leven reeds in zijn simpelste vormen zo ongelooflijk volmaakt geschapen is, wat moet de dood dan, die dat allemaal weer kapot maakt?
Slechts God kan ons die schijnbare tegenstrjdigheid verklaren. De dood was geen
onderdeel van de primaire schepping. Adam en Eva (ja, die bestonden) konden aanvankelijk niet
sterven. Pas na de zondeval, toen ze zich van God afkeerden door tegen Gods
opdracht in te handelen, kwam de dood en daarmee het leed in de wereld. Sindsdien
staat de mens - en met hem de hele natuur - onder Gods oordeel: hij moet
sterven. Dat wordt ons reeds verteld in de eerste drie hoofdstukken van de
Bijbel. De dood is niet, zoals de aanhangers van de evolutieleer geloven, de
‘motor van de evolutie’, waardoor het ‘door mutatie en selectie’ kwam
tot ‘overleving van de sterkste’ (survival of the fittest) en
zodoende ‘tot hogere
ontwikkeling van de soorten’. Zo’n ‘motor’ heeft God echt niet nodig.
Nee, de dood is de oordeelshandeling van God en zijn antwoord op de zonde van de
mens - maar niet zonder genade.
Adam leefde nog 930 jaar voor hij stierf, en ook de navolgende generaties tot
aan de zondvloed leefden nog honderden jaren. Vanaf de zondvloed werd de
levensduur door God teruggebracht tot 120 jaar (Genesis 6:3).
Anti-agingexperts zoals prof. Römmler, die zich bezighouden met de duurzaamheid
van een mensenleven, kwamen - bepaald niet met de bedoeling om de Bijbel
serieus te nemen - door intensieve studie tot de conclusie, dat de mens bij zijn geboorte het potentieel heeft voor zo’n 1000 levensjaren. Bij een
gezonde levenswijze kan hij daarvan echter slechts 120 realiseren.
Gods Woord zegt ons dit al lang, zelfs waarom, maar ook dat het leven eigenlijk
eeuwigheidswaarde heeft. Dat is nog steeds te zien op het gebied van de cellen!
Bepaalde cellen waarmee we nauw verbonden zijn, bezitten in biologische zin nog
steeds ‘eeuwig leven’: ééncellige wezens (we zijn allemaal in de moederschoot begonnen als ‘ééncellige
wezens’!), kiemcellen (eicellen en zaadcellen en hun voorstadia; ieder van ons
draagt die in zich) en de stamcellen (nog steeds niet uitgedifferentieerde
cellen; als embryonale stamcellen hebben ze ons in de moederschoot gediend
en als adulte stamcellen dienen ze voor de rest van ons leven). Via de
kiemcelbaan zijn we in een onafgebroken levende ketting verbonden met ons
voorgeslacht, tot Adam en Eva toe! Ei- en zaadcellen en zelfs embryo’s kunnen
tegenwoordig worden ingevroren. Biologisch zijn ze dan dood. Worden ze echter
behoedzaam ontdooid, dan worden ze weer levend en kunnen zich, na bevruchting en
implantatie, ontwikkelen tot een gezond mens. Alle andere cellen in ons lichaam zijn onderworpen aan een ‘verordineerde’
dood2.
De cytologie, leer van de cellen, kent twee soorten celdood. De ene wordt
necrose genoemd en geschiedt door ernstige beschadiging; de andere wordt
apoptose genoemd, van het Griekse apo (weg) en ptosis (val),
zoals het vallen van de bladeren in de herfst. Biologen hebben het hier over de
‘geprogrammeerde’ dood. Hieraan zijn alle celsoorten onderworpen behalve
bovengenoemde
Wedergeboorte
De dood is niet Gods laatste woord. Hij wil niet de dood van de zondaar, maar dat hij zich omkeert en van Hem het nieuwe leven ontvangt, eeuwig leven, in zijn Zoon (Joh. 10:10). Daar gaat de rest van de Bijbel over, culminerend in het leven, sterven en de opstanding van Jezus, hetgeen beter is gedocumenteerd dan welke andere gebeurtenis ook. Het hele doel van de schepping is dat wij, die door ons van God af te keren geestelijk dood zijn, door Jezus’ plaatsvervangende dood nieuw leven verwerven, door het geloof in Hem en zijn Woord, het geestelijke ‘DNA’. Een nieuw, onverwoestbaar bestaan, waarvan Paulus spreekt (2 Kor. 5:17) en ook Petrus (1 Pet. 1:23): ‘(...) als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankeljk zaad, door het levende en blijvende Woord van God’.
Het doel is dat wij nieuw leven verwerven, door het geloof in
Hem en zijn Woord, het geestelijke ‘DNA’
In plaats
van ‘wedergeboren’ staat er letterlijk ‘opnieuw verwekt’, uit dezelfde
woordstam als ons woord ‘genetica’. Dat is wat Gods Woord van ons maakt
wanneer we het in ons opnemen en ernaar handelen: een nieuw type mens. De volle uitwerking van die wedergeboorte (‘wederverwekking’) zal pas
helemaal tot uiting komen bij de beloofde
wederkomst van Christus. Dan zullen niet alleen de verloste mensen ook uiterlijk
waarneembaar worden veranderd, maar met hen de gehele natuur. Immers zal ‘ook
de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd worden
tot de vrijheid van de heerljkheid der kinderen
Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht
en in barensnood is’ (Rom. 8:21-22).
Zo geeft ons de studie van de cellen een buitengewoon inzicht in Gods
reusachtige wonderen der schepping, maar ook in Zijn gestrengheid (Rom. 11:22).
‘God openbaart ons in de natuur (...) Zijn onzichtbaar wezen, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, die sedert de schepping der wereld uit Zijn werken worden doorzien’ (Rom. 1:20). Hij alleen is Heer over leven en dood, een rechtvaardige Rechter, die echter ook vol van genade en ontferming is. Meer nog openbaart Hij Zich aan ons in Zijn Woord en in Zijn Zoon, het mensgeworden Woord van God, dat Hij ons als ‘Lam van God’ ten offer gaf om ons met Hem te verzoenen. De verlosten wil Hij als ‘bruid’ tot Zijn wederkomende Zoon geleiden en hen voor eeuwigheid in Zijn heerlijkheid laten delen. Hoe zouden wij dan niet kunnen instemmen met de lofprijzing van de gehele schepping: ‘Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!’ (Opb. 5:13).
1 Zie Der priveligierte Planet, dvd van Drei Linden
Filmproduktion.
2 De biologie kent nog drie viercellige wezens met biologisch eeuwig leven; een
bepaald soort kwallen (turritopsis nutricula), zeekomkommers en
zoetwaterpoliepen.